De laatste maanden is Leuven in de ban van het verkeerscirculatieplan en van de (i)mobiliteit in het algemeen.  Er wordt aandacht besteed aan diverse verkeersmodi, maar naar de voetganger die zo belangrijk is binnen het stedelijk (verkeers)weefsel wordt nauwelijks omgekeken. Vooral ouderen voelen zich in de verkeersluwe zones als paria’s wegspringend voor de zoveelste fiets die voorbijflitst.

Wanneer men een aantal doelstellingen wil realiseren in het kader van een duurzame mobiliteitsontwikkeling zou het STOP-principe toch voorop moeten staan. Dit principe bepaalt de rangorde van wenselijke vervoerwijzen (S staat voor stappen, T voor trappen, O voor openbaar vervoer, P voor privé, individueel gemotoriseerd).

Men zal misschien opperen dat een afzonderlijk voetgangersbeleidsplan een overbodige luxe is en dat men een aantal maatregelen moet bundelen in een overkoepelend mobiliteitsplan.
Wij vinden dat de voetganger een aparte benadering verdient. Jaarlijks een bepaalde som besteden aan het herstellen van een beperkt aantal voetpaden is onvoldoende.

Op vele plaatsen zijn de stoepen in lamentabele staat, zijn ze te smal of kunnen ze niet gebruikt worden omwille van de obstakels (doorgaans fietsen), ook de aangewende materialen zijn niet altijd even gebruiksvriendelijk.  Je moet voor een moeder met een kinderwagen of een oudere met een looprek toch het nodige respect opbrengen en hun verplaatsing faciliteren.  Ook mensen met een beperking hebben het niet gemakkelijk. Toegankelijkheid is een basisrecht.

Door het wegnemen van verkeerslichten en zebrapaden voelt de voetganger zich onzeker, men verliest een houvast. Tot voor kort beperkten voetgangerszones zich voornamelijk tot de winkelassen en de historische centra van grote steden. Tegenwoordig maken heel wat steden in het kader van hun mobiliteitsbeleid werk van een kwalitatieve voetgangersinfrastructuur.

Aandacht voor voetgangers in het verkeer beperkt zich natuurlijk niet tot de kwaliteit van stoepen en de veiligheid van oversteekplaatsen. Om een goed voetgangersbeleid te voeren, is een integrale benadering van de publieke ruimte nodig.

Te voet gaan is méér dan een verplaatsing. Wie zich te voet op straat begeeft, kan een praatje maken, heeft tijd voor een toevallige ontmoeting, heeft meer oog voor details in de omgeving of kan op een bank de krant lezen. Kortom de sociale cohesie wordt versterkt. Publieke ruimte is voor voetgangers niet alleen verkeersruimte, maar ook verblijfs- en ontmoetingsruimte.
Meer dan ooit, in het kader van een veranderende mobiliteit, is aandacht besteden aan het voetgangersverkeer en inventief zijn op dit gebied, een must!

Ook het onderling respect en de hoffelijkheid ten opzichte van mekaar hoe je, je ook verplaatst moet meer worden aangewakkerd en moet het onderwerp zijn van sensibilisering. Niemand is “Koning in het verkeer”! Alleen via hoffelijkheid en onderling respect zullen wij het redden.
Wij vragen aan het stadsbestuur dat er een doortastend voetgangersbeleid zou worden gevoerd.
Luc Ponsaerts
Gemeenteraadslid Open Vld
19/12/2016