Wie niet bebouwbare grond bezit waarop door een planwijziging plots toch woningen, kantoren of andere gebouwen ­mogen worden neergezet, moet  een heffing betalen op die door de overheid ge­creëerde meerwaarde, zogenaamde planbaten.

Een gelijkaardige heffing op de meerwaarde die ontstaat door de versoepeling van bouwvoorschriften – binnen een bepaalde gebiedsaanduiding zoals wonen of bedrijvigheid – bestaat nog niet.

Rik Daems: “Ik verwijs hierbij naar het dossier Waterview waar de ontwikkelaar de Stad 1 miljoen euro bijbetaalde nadat ik had  aangetoond dat de grondwaarde met minstens 3.5 miljoen was gestegen door de bestemming kantoren naar studentenkamers te wijzigen. En waarbij het stadsbestuur deze meerwaarde zomaar cadeau wilde doen. “

De afgelopen weken en maanden is er heel wat heisa geweest rond gewijzigde bouwvoorschriften in Gent en Antwerpen. Soms worden ruimte­lijke uitvoeringsplannen  immers aangepast en op maat geschreven van de bouwpromotor.

“Ik wil weten of er sinds 2012 door het college projecten voor bouwpromotoren werden goedgekeurd  waarbij het aantal bouwlagen van een bestaand ruimtelijk uitvoeringsplan op een perceel ­werd ver­meerderd, of de bouwhoogte of -diepte werd verhoogd, de bouwdichtheid toenam, of de initiële invulling werd gewijzigd en dat de gemeenteraad hierover wordt ingelicht “stelt Rik Daems, die vervolgt “en indien er versoepelingen werden toegestaan dient aangegeven te worden in welke mate deze hebben bijgedragen tot het wonen betaalbaarder te maken in Leuven, en niet enkel hebben gediend om het rendement van de bouwpromotor te verhogen ( cfr. Waterview )”

Daems stelt dan ook voor Het College te verbieden versoepelingen toe te staan die enkel het rendement van projecten verhoogt zonder dat betaalbaar wonen aantoonbaar het gevolg is van de voornoemde versoepelingen

De Vlaamse Regering overweegt verder , wellicht mede door voornoemde heisa, een nieuwe heffing – planbaten – in te voeren die van toepassing zou zijn als de overheid het aantal bouwlagen van een bestaand ruimtelijk uitvoeringsplan op een perceel ­ver­meerdert, wanneer de bouwhoogte of -diepte wordt verhoogd, of de bouwdichtheid toeneemt. Dat geldt zowel voor gebieden bedoeld voor wonen, als voor bedrijvigheid en recreatie. 

De Vlaamse Regering voorziet derhalve in haar ontwerp instrumentendecreet mogelijke planbaten voor de hierboven beschreven situatie waarbij deze planbaten, die in de Vlaamse Kas terecht zouden komen, niet noodzakelijk stroken met een beleid van betaalbaar wonen door enkel versoepelingen toe te staan die hoger en compacter wonen mogelijk maakt en waarbij het aanbod betaalbare woningen kan stijgen.

Daems stelt dan ook voor de Vlaamse Regering formeel te vatten met een schrijven waarin de bezorgheden van de Stad Leuven worden weergegeven, met name dat onder bepaalde omstandigheden het invoeren van planbaten contraproductief kunnen zijn met een lokaal beleid inzake betaalbaar wonen,  en waarbij aangegeven wordt dat voornoemde planbaten, indien ingevoerd, minstens ten dele naar het lokaal bestuur moeten terugvloeien.

“Het wordt verdraaid tijd dat in de duurste Stad van Vlaanderen de mensen niet langer worden weggejaagd omdat wonen gewoon onbetaalbaar is geworden “stelt Rik Daems, “Het is een trieste vaststelling dat deze meerderheid nu 24 jaar het beleid voert en dat betaalbaar wonen alleen maar een steeds groter probleem is geworden zonder dat het bestuur hier beleidsmatig fors heeft op ingegrepen, beschamend als je het mij vraagt “besluit Daems.