Onlangs ontving onze redactie een berichtje  van een eminent lid van onze vereniging.

“Op een zonnige dag in juli stap ik een taverne binnen. De loopstrook naar de laatste vrije tafel heeft een nogal hoog niveauverschil, de tegelvloer oogt donker en er is niets aangeduid. Met als gevolg een valpartij en maanden van pijn!”

Het “slachtoffer”  formuleert dan ook een duidelijke oproep aan de uitbaters: “een gekleurde strip aanbrengen, kost moeite maar amper geld en zo bekom je een veilige taverne of winkel!”

Dit is slechts één voorbeeld. Maar ook de stad is in hetzelfde bedje ziek.

Lamentabele staat van sommige stoepen

De laatste jaren, geen specialist zijnde in de toegankelijkheidsproblematiek, ben ik toch een beetje een ervaringsdeskundige geworden. Mijn moeder, die in een woon- en zorgcentrum verblijft, gelegen in de Minderbroedersstaat, heeft een mobiliteitsprobleem. Aanvankelijk kon zij zich nog een beetje verplaatsen met  een rollator of looprek, ondertussen is  haar toestand  verergerd  en is ze gekluisterd aan een  rolstoel.

De slechte staat van sommige stoepen, doorgaans te smal en afhellend, dikwijls bezaaid  met obstakels,   maken een wandeling, met of zonder hulp, niet altijd even gemakkelijk en aangenaam.

Je moet, als je een aantal beperkingen hebt, je moed bij elkaar rapen om nog buiten te komen,  anders kom je in een sociaal isolement terecht.

In de gemeenteraad en de desbetreffende commissies heeft de oppositie tot in den treure gewezen op de lamentabele staat van  vele stoepen en straten in onze stad en de gevaren die dat met zich meebrengt. Valpartijen zijn dan ook schering en inslag! Telkens wordt dit weggewuifd met de bewering dat Leuven, in vergelijking met andere steden of gemeenten, heel wat inspanningen doet op dit vlak.

Een stad die, terecht, niet vies is van een aantal prestigieuze projecten, kan het zich niet permitteren  om haar inwoners en bezoekers op te zadelen met verhakkelde straten en moeilijk begaanbare stoepen. Een comfortabel en goed ogend publiek domein  moet een absolute beleidsprioriteit zijn!

Adviesraad toegankelijkheid

Sinds eind jaren negentig bestaat er in Leuven een stedelijke (werkgroep) adviesraad toegankelijkheid.

Deze raad adviseert  zowel het college en de gemeenteraad als de stadsdiensten over alles wat met toegankelijkheid te maken heeft. De stad legt nieuwe plannen van onder meer straten en gebouwen aan hen voor, zodat zij hierover advies kunnen verlenen. Daarnaast nemen  ze allerlei initiatieven die een grotere toegankelijkheid kunnen genereren.

In hun statuten wordt toegankelijkheid als volgt gedefinieerd: de bereikbaarheid, betreedbaarheid en bruikbaarheid van de openbare ruimte, gebouwen, diensten en informatie. De adviesraad helpt de stad om dit te bereiken.

Een van de taken van deze adviesraad bestaat er ook in om handelaars te motiveren om de toegankelijkheid en de betreedbaarheid van hun zaken te verhogen.

Hier zijn we  terug bij onze taverne-uitbater waar ons voortreffelijk bestuurslid pijnlijk ten val is gekomen.

Sensibilisering handelaars en horeca-uitbaters

Horeca-uitbaters worden overstelpt door een aantal voorschriften, reglementen  wat  betreft hygiëne, (brand)veiligheid, geluidsemissie…

Een kleine hint van de overheid i.v.m. de betreedbaarheid is zeker niet misplaatst.

In feite zou het een automatische reflex moeten zijn van elke exploitant om via een minieme investering de  zaak  (val)veiliger te maken. Dikwijls is men er zich ook niet van bewust  dat  mensen die wat minder jong zijn een niveauverschil, dat niet is gemarkeerd,  minder goed kunnen inschatten.

In een  maatschappij, waar niemand wordt uitgesloten, zou toegankelijkheid (in al zijn facetten) als een evidentie moeten worden beschouwd.

Ik denk dat wij  enorm veel aandacht moeten besteden aan sensibiliseren en communicatie. We zijn pas volledig geslaagd als  toegankelijkheid  wordt ervaren als een basisrecht voor elke burger. Het zo geen discussiepunt meer mogen zijn. Of anders, degenen die toegankelijkheid in al zijn facetten niet hoog in hun vaandel voeren worden niet als cool ervaren en behoren niet meer tot deze tijd.

Maar anderzijds moeten we realistisch blijven, het is een langzaam voortschrijdend proces.