De (her)ontwikkeling van de ‘benedenstad’ zou een item moeten zijn dat ver van de politiek staat. In die zin zijn wij, indien de behoefte aan bijkomende culturele infrastructuur zich stelt, steeds voorstander geweest van een podiumkunstenzaal op de Hertogensite. Cultuur kan hier een hefboom zijn om deze wijk de broodnodige nieuwe impulsen te geven.

Omwille van de reeds aanwezige culturele infrastructuur (Predikherenkerk, Romaanse Poort, Augustinessenklooster…) en de rijke historiek van de wijk, onze stad ontstond er, is deze plaats de meest logische en geschikte locatie voor dergelijke culturele nieuwbouw.

De synergiën die men er kan ontwikkelen vind men op geen enkele andere plaats in onze stad.

Voor de economische leefbaarheid van een stad, in een tijd dat retail en distributie grondige veranderingen ondergaan, is het noodzakelijk dat er een aantal projecten worden gerealiseerd die de belevingswaarde van de stad vergroten.

Een nieuwe kunstensite ontwikkelen aan de rand van de stad zou een schromelijke vergissing zijn en een definitief gemiste kans.

We zijn dan ook tevreden dat men de procedure is gestart om  samen met de Vlaamse Bouwmeester een ontwerper aan te stellen  en dat men gestaag verder werkt zodanig dat het dossier, optie al of niet kan worden gelicht. Ondertussen kunnen de geesten rijpen om uiteindelijk definitief te opteren voor de meest logische oplossing.

Toch kunnen wij ons niet van de indruk ontdoen dat het allemaal wat snel gaat en dat er  gebrek is aan burgerparticipatie.  Dergelijke ingreep moet breed worden gedragen en moet de Leuvenaar begeesteren. De bekommernis wat mobiliteit  rond deze site betreft moet zeker  worden onderzocht.

Van bij het begin moet de creativiteit  en het enthousiasme ervan afspatten.

En inderdaad, zoals men het omschrijft,  de podiumkunstensite moet een dynamische en aantrekkelijke stedelijke ontmoetingsplek worden van en voor iedereen, met architectuur en publieke ruimte ontwerp op topniveau.

De ambities zijn steil, maar daar tegenover staat een investering van 33 miljoen, een kost die een ‘financiëel gezonde stad’ kan dragen beweert de betrokken schepen. Toch zijn we benieuwd wat de exploitatiestudie ons nog zal leren.

Hopelijk vergalopeert het college zich niet. Leuven is terecht gegroeid als cultuurstad. Maar kan een stad als Leuven met 100.000 inwoners een steeds toenemende exploitatiekost aan.

Er zitten toch nog andere projecten in de pipeline, ik denk  aan de herbestemming van het stadhuis.

En dan is er nog, als een donderslag bij heldere hemel, onze ambitie  om in 2030 culturele hoofdstad van Europa te worden. Wat Mons/Bergen kon in 2015, moet Leuven nog veel beter kunnen.

Het zou inderdaad een stimulans kunnen zijn om Leuven als culturele en toeriustische bestemming een extra duw te geven. Het streelt onze stadstrots en het zwengelt de creativiteit van de eigen inwoners aan.

Maar ook dat kost geld en we horen niet alleen euforische reacties,  meer  nuchtere Leuvenaars mompelen dat fatsoenlijke stoepen en wegen prioritair zijn.

Of zou de huidige meerderheid nog wat electoraal lekkere brokken in de verkiezingsarena willen gooien?