De ‘moeder van alle verkiezingen’ (25 mei) is weeral voorbij. De kiezer heeft de kaarten geschud.  Toch nog wat nieuws van voor de verkiezingen dat in het kader van de regeringsvorming  relevant blijft.

Armoede terugdringen met uitgespaard geld:

195.000 euro extra voor het Leuvens OCMW.

Het OCMW Leuven kreeg van Maggie De Block, staatssecretaris voor Maatschappelijke integratie en Armoedebestrijding (tevens verantwoordelijk voor het beleid inzake asiel en migratie) 195.000 euro extra voor de activering van leefloners.

Op voorstel van de liberale staatssecretaris heeft de regering onlangs beslist dat de OCMW’s 5% vanaf juli meer krijgen van de federale overheid om de leeflonen te betalen.

Momenteel betaalt de federale overheid aan Leuven 60% van het leefloon terug. Door de maatregel van de staatssecretaris wordt dit percentage verhoogd tot 65%. Jaarlijks ontvangen de OCMW’s hierdoor samen ongeveer 33 miljoen euro meer. Voor Leuven gaat het om een bedrag van 195.000 euro extra.

De maatregel is mogelijk dankzij het strenge en consequente asiel- en migratiebeleid van Maggie De Block. Hierdoor is er opnieuw geld over op het federale budget voor de OCMW’s.

Door de daling van het aantal asielzoekers stromen er sinds 2012 bijna geen vreemdelingen meer door naar de OCMW’s. Alle asielzoekers krijgen een plaats in het opvangnetwerk van Fedasil. De OCMW’s moeten daardoor sinds 2012 aan vreemdelingen telkens minder leeflonen uitbetalen dan oorspronkelijk voorzien. Het beleid van Maggie heeft gewerkt.

Ook in Leuven, ondanks de crisis maar mede dankzij de vermindering van het aantal vreemdelingen die hulp nodig hebben, is het aantal leefloners in Leuven niet gestegen en schommelt hun aantal sinds geruime tijd tussen 750 en 800 personen. Dat is een stuk minder als op het piekmoment begin 2012.

Einddoel van de beslissing van de regering is dat de OCMW’s nieuwe en duurzame maatregelen kunnen nemen om leefloners naar de arbeidsmarkt te begeleiden zodat deze mensen uiteindelijk geen sociale steun meer nodig hebben.

Als OCMW-raadslid zal ik er dan ook op toezien dat de bijkomende financiële middelen voor het Leuvens OCMW uitsluitend worden gebruikt om leefloners te activeren om hen zo een volwaardige plaats te geven in de samenleving, zonder dat ze moeten terugvallen op een vervangingsinkomen.

Motie aan de federale regering ter aanpassing van  de leefloonbedragen.

Alle politieke fracties (meerderheid en oppositie) hebben onlangs op de OCMW-raad  van Leuven  een motie,  gericht aan de volgende federale regering, goedgekeurd om de leefloonbedragen  aan te passen tot de algemeen erkende armoedegrens.

De raad vraagt evenwel ook om in het kader van de activering – één van de voorwaarden voor het recht op maatschappelijke integratie – er rekening mee te houden dat er voldoende spanning blijft bestaan met de netto-minimumlonen, en dat andere uitkeringen mee evolueren zodat deze niet onder de bedragen van het leefloon terecht komen.

Toelichting

Iedereen moet een leven kunnen leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Het leefloon in België ligt vandaag onder de armoededrempel. Het leefloon bedraagt nu 817,36 euro per maand voor een alleenstaande en 1.089,82 euro voor een gezin. De Europese armoedegrens voor ons land bedraagt 1.000 euro voor een alleenstaande en 2.101 euro voor een gezin.

OCMW-Leuven wil, net zoals het Netwerk tegen Armoede,  dat alle leefloonbedragen tot aan de armoedegrens opgetrokken worden. Deze verhoging gaat gepaard met een toename van de federale tussenkomst in de kosten van het leefloon voor OCMW’s.

Tevens moet het leefloon rekening houden met de groeiende complexiteit van gezinnen. De leeflooncategorie ‘personen met gezinslast’ wordt daarom opgesplitst in ‘alleenstaanden met gezinslast’ en ‘samenwonenden met gezinslast’. Daarnaast wordt ook een regeling uitgewerkt voor co-ouderschap, waarbij het leefloonbedrag tegemoet komt aan de reële gezinslast van beide ouders.

Het OCMW van Leuven ontwikkelde een systeem van aanvullende steun dat mensen die op de privémarkt moeten huren en gezinnen met kinderen extra financiële steun geeft.  Aan dit systeem hangen evenwel ook nadelen. Of er bijkomende financiële steun wordt voorzien, hangt af van de financiële draagkracht van de gemeente.

In deze tijden waar de meeste gemeenten moeten besparen, zou dit ten koste kunnen gaan van de OCMW-cliënten. Bovendien dragen die gemeenten met veel arme inwoners een grotere last.

Het moet duidelijk zijn dat een basisbudget voor menswaardig leven niet afhankelijk mag zijn van de draagkracht van de gemeente, maar via de federale solidariteit moet geregeld worden.