De laatste tijd is er heel wat commotie rond de voorlopige inrichting van een viertal pleinen (Damiaan, Hogeschool, Smolders, Herbert Hoover), naar aanleiding van de invoering van het nieuwe verkeerscirculatieplan. Er worden terechte vragen gesteld over de kostprijs van deze tijdelijke ingrepen en welke culturele en (al of niet georkestreerde) participatieve meerwaarde zij creëren.
Enige financiële transparantie van wie hier beter van wordt is zeker niet misplaatst.

Een petanquebaan die nooit wordt gebruikt, het kleuren van versleten asfalt, wat groen in (te kleine) cementen bakken en nu de fameuze ‘bordenbossen’… zijn het povere resultaat. Nochtans kan een stad in kleine dingen groot zijn.

Hoe wordt er omgesprongen met de inrichting van het publiek domein? Welke materialen gebruikt men, hoe ziet het straatmeubilair eruit, heeft elke straat en plein groene toetsen, zijn er bloemen (al of niet aan de gevels), wordt er aandacht besteed aan gevelverzorging, originele uithangborden? Zijn er verassende doorsteken, naar straatjes en pleintjes? Is er kunst in het straatbeeld die verwondering opwekt? Deze aspecten bepalen mee de sfeer en de beleving van een stad.
Onze stad, profileert zich steeds meer als cultuurstad. Een hoogopgeleide bevolking lest graag haar culturele dorst en het sluit aan bij ons imago, als kwaliteitsstad. Leuven heeft ook tientallen standbeelden, beelden en beeldjes.

Toch scoort Leuven, qua kunst in de publieke ruimte, pover. De meeste creaties hebben een louter anekdotisch karakter zonder uit te blinken in artistieke originaliteit, bevlogenheid of ambitie. Het straalt zelfs een bepaalde kneuterigheid uit.

Bij het aantreden van deze meerderheid had men nochtans steile ambities en zou de stad opgesmukt worden met hedendaagse kunst. Eénmaal is men daar met verve in geslaagd, maar met dank aan de K.U.Leuven. Op een 23 meter hoge naald prijkt tegenover de universiteitsbibliotheek een reusachtige juweelkever, tegen de wolken geprikt.
Vijftien jaar terug had het schepencollege de intentie om via een Beeldenfonds op elk vernieuwd plein een kunstmonument achter te laten. Dit Beeldenfonds zou, volgens een krantenartikel van toen, gespijsd worden met een bedrag van 12.500 euro per jaar, aangevuld met steun uitprivé-bedrijven.
Leuven doet inspanningen om terug meer water in de stad te brengen. Maar wij missen een mooie waterpartij, een fontein of de combinatie van water en kunst in onze stad.

Nu het stadsbestuur heeft gekozen om de mobiliteit in het stadshart anders te bekijken is het aantrekkelijk en kwaliteitsvol maken van de publieke ruimte meer dan een opportuniteit, het is een noodzakelijkheid.