Handelaars stimuleren en belonen!

Na de grote brand van Leuven, toen meer dan duizend panden in brand werden gestoken, en na het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog heeft Leuven gekozen om de stad terug op te bouwen in de de zogezegde wederopbouwstijl.  Voor sommigen een architectonisch anachronisme, maar hoe je het draait of keert het blijft de beleving van de stad voor een zeer groot deel bepalen.
Het stadsbestuur voorziet in 2018 een niet gering evenement rond de ‘wederopstanding van Leuven’.

Niet alleen de wederopbouw en de typische architectuur komen aan bod maar alle facetten van het maatschappelijk leven die werden aangetast door de Grote Oorlog, worden belicht.
Dit refereren naar het verleden en naar de moed van onze voorouders om de rug terug te rechten, na die verschrikkelijke ramp, is een uitstekend idee.
Bijna honderd jaar na de oorlog blijft de architectuur van de wederopbouw ons herinneren aan de barbarij van toen en bepaalt ze voor een eminent stuk het uitzicht en het karakter van Leuven.
Een gedeelte van deze panden is beschermd via beschermde stadsgezichten, zoals Martelarenplein, Bondgenotenlaan, Oude Mark, Grote Markt… maar heel de binnenstad is bezaaid met dergelijke karakteristieke woningen, gebouwen…

Meer dan ooit het moment om een coherente visie te ontwikkelen rond dit item.

Hoe springen we met deze panden om in een wereld die qua comfort en duurzaamheid toch wel een heel andere is geworden? Hoe motiveren wij eigenaars om hun panden aan te passen, hoe voorkomen we afbraak, hoe formuleren wij dat in de ‘Algemene bouwverordening van de stad’?

Vooral in de jaren zeventig/tachtig van vorige eeuw hadden sommige handelaars blijkbaar de onweerstaanbare drang om hun gelijkvloerse verdieping te ‘moderniseren’ wat vaak resulteerde in een constructie of verbouwing die volledig haaks stond op de rest van de gevel. Sinds kort maken we de omgekeerde reflex mee!

Jonge ondernemers die er zich van bewust zijn dat een rommelig architectonisch amalgaam een stad onaantrekkelijk maakt. Vanuit deze motivatie restaureren zij hun pand en herstellen zij de architectonische eenheid, door de benedenverdieping terug zijn oorspronkelijke glans te geven.  Onlangs hebben wij nog het mooie verhaal gehoord van een eigenaar in de Brusselsestraat (pand nr. 8) die zijn ogen niet kon geloven toen bleek dat achter de triviale, bedekkende gevel die hij had laten afbreken zich een ‘historische schat’ bevond. De man heeft het pal laten restaureren.
Of de gedreven entrepreneur van de beneden-Tiensestraat die bijna op zijn eentje een hele straat heeft doen herleven.

Dergelijke initiatieven verdienen een pluim en moeten als voorbeeld worden gesteld om anderen over de streep te trekken.
Stimuleren en motiveren zijn hier de sleutelwoorden.
Wij vragen aan het stadsbestuur dat men onderzoekt hoe men via een stimuleringspremie eigenaars van handelspanden kan motiveren om hun gevel terug te harmoniseren.