Het is goed dat het gecoördineerd politiereglement, wat betreft de  horeca, is geactualiseerd.

Dat dit gebeurde in samenspraak met het horeca-overleg, de vertegenwoordigers van de sector, kunnen wij alleen maar toejuichen.

Vroeger, bijna twintig jaar terug,  vond je op ieder plein een poespas aan terrasattributen in alle mogelijke kleuren, formaten doorgaans gratis weggegeven door een leverancier die vooral zijn dranken wou slijten, maar zelden of nooit oog had voor de esthetiek van een plein en hoe je door de juiste inkleding een meerwaarde kunt creëren. Gelukkig is die tijd voorbij.

Dat het reglement in samenspraak met de sector nu wordt geactualiseerd is niet meer dan normaal. 

Een aantal bepalingen moeten worden verduidelijkt en wijzigingen moeten worden opgenomen om evoluties inzake vormgeving en inrichting te stroomlijnen, om zo een nieuwe wildgroei tegen te gaan.

We moeten de handelaars niet den duvel aandoen en hen overladen met regeltjes. We laten best ruimte voor creativiteit.

Anderzijds moeten handelaars/horecamensen worden gesensibiliseerd, omdat het belangrijk is voor de attractiviteit van onze  stad dat er een aantal afspraken worden gemaakt, hoe men de publieke ruimte, die toch van ons allemaal is, inneemt.

Er zijn handelaars die ontzettend hun best doen om hun pand er aantrekkelijk laten uit te zien en er ook in slagen om een bijzonder smaakvol terras in te richten.

Maar soms als ik door de stad wandel heb ik toch de indruk dat niet iedereen er zich van bewust is dat er reglementeringen  bestaan en dat  afspraken best worden gerespecteerd.

Ik heb het dan niet alleen over terrassen en co maar ook over schreeuwerige lichtreclames of andere opzichtige reclameboodschappen op mooie gevels in het historisch stadshart.

Betrokkenen doen dat doorgaans niet opzettelijk, maar vooral omdat ze niet op de hoogte zijn van de desbetreffende reglementering.

En kun je ze het kwalijk nemen, want daar bestaat een turf aan reglementen die betrekking hebben op een horeca-uitbating.
Mensen die een nieuwe horecazaak willen opstarten worden best begeleid om zich door een aantal reglementen te worstelen.

Misschien een opdracht voor onze horeca-adviseur. Positief is dat men een brochure gaat maken waar in ‘mensentaal’ wordt uitgelegd waar het om gaat.

Wanneer iedereen goed is geïnformeerd is het noodzakelijk dat er wordt nagegaan of men conform werkt met datgene wat is afgesproken.

En hier knelt het schoentje wel een beetje, sommige stadsdiensten voelen zich niet bevoegd om te controleren en eventueel scheefgegroeide situaties recht te trekken.

Dit tot grote ergernis van diegenen die zich wel aan de regels houden.

Qua informatie, opvolging en het afdwingbaar stellen is er nog heel wat werk aan de winkel.

Spijtig is dat het toepassingsgebied voor uniforme vormgeving van terrassen momenteel wordt beperkt tot drie pleinen (Martelarenplein, Grote en Oude Markt). Waarom bijvoorbeeld niet het Rector De Somerplein, met zicht op ons uniek stadhuis en het horecagedeelte van het ‘nieuwe’ Ladeuzeplein…

Toch  oppassen dat wij niet evolueren naar een stad die het plaatsen van koterijen aan de voorgevels faciliteert. Dan heb ik het vooral over tijdelijke constructies, die volgens het reglement het karakter en de kwaliteit van de omgeving dienen te respecteren.
Maar hoe bepaal je dat karakter en die kwaliteit en welke superambtenaar gaat zich hier mee bezighouden?

Handel en horeca hebben er alle belang bij dat Leuven  een verzorgde en visueel aantrekkelijk stad is. De publieke ruimte is van ons allemaal, laat er ons zorg voor dragen.