De laatste twintig jaar werd er gebouwd en getimmerd in Leuven als nooit tevoren. De stad is in een sneltreinvaart gemoderniseerd. Dit heeft zich spijtig genoeg niet altijd vertaald in een hoogwaardige moderne architectuur, de stad heeft hier kansen laten liggen.

Meer en meer is er terechte kritiek op de architectonische kwaliteit van grotere bouwprojecten die men een tijdelijke glans tracht te geven door o.a. een bedenkelijke kleurinvulling. 
De stad begint meer en meer te gelijken op een goedkope veelkleurige betonnen blokkendoos.
Deze bouwwerken zullen de tand des tijds niet doorstaan en dreigen in een minimum van tijd architectonische vergissingen, anachronismen te worden.

Leuven als welstellende kwaliteitsstad met een gereputeerde universiteit verdient veel beter.

De uitstraling en de belevingswaarde van een stad wordt niet alleen bepaald door de zorg voor het historisch erfgoed maar ook door de aandacht die men besteedt aan waardevolle, moderne architectuur. Een stad als Rotterdam bijvoorbeeld heeft dit zeer goed begrepen.

Soms lijk het wel of men zijn ziel verkoopt aan projectontwikkelaars zonder garanties over de architecturale kwaliteit af te dwingen. Projecten die een grote impact hebben op het uitzicht van onze stad en zeker diegenen die een publieke functie hebben moeten veel meer architectonische ambitie vertonen. De goedkeuring van een RUP zou er pas mogen komen als dit ruimtelijk uitvoeringsplan een architectonische kwaliteitstoets heeft doorstaan.