Uit een onderzoek dat Toerisme Vlaanderen organiseerde in de vijf Vlaamse kunststeden blijkt dat  de Leuvenaars zeer positief reageren op de  belangstelling die toeristen hebben voor onze stad.

Niet alleen economische overwegingen spelen een rol. De Leuvenaar is doorgaans trots op zijn stad en deelt dit gevoel graag met zij die onze stad ontdekken. Deze verhoogde interesse is ook een stimulans voor het behoud van het cultureel erfgoed.

Over een toeristische overrompeling kunnen we momenteel niet spreken, er mag gerust nog een tandje worden bijgestoken.

Leuven heeft  heel wat onontgonnen  toeristische parels en soms hebben we de indruk dat er wat koudwatervrees heerst om bepaalde locaties open te stellen.

We kunnen best nog wel wat toeristische highlights in het hart van de stad gebruiken.

Onlangs hebben we met de nodige en terechte luister de honderdvijftigste verjaardag van onze schouwburg gevierd.

Wat een pracht van een gebouw! Als je de eretrap opwandelt om in de overweldigende foyer terecht te komen dan droom je toch weg?

De Sint-Pieterskerk, het stadhuis en de schouwburg zijn drie culturele heiligdommen. Alleen in de Sint-Pieterskerk kun je, buiten de misvieringen, terecht voor een niet geleid bezoek.

Het verhaal van het  stadhuis willen we niet opnieuw oprakelen. We hopen dat de plannen zo snel mogelijk worden gerealiseerd.

Laat ons tevens werk maken van een schouwburg die ook buiten de voorstellingen (gedeeltelijk) toegankelijk is of een functie krijgt, de status van het gebouw waardig.

Een denkoefening, die in het vooruitzicht van een nieuwe podiumkunstenzaal, zeker niet overbodig zal zijn.
Ooit werd er geopperd, in navolging van o.a. de Bourlaschouwburg in Antwerpen en de Brasserie de Foyer NT Gent, om in de foyer een Grand Café te vestigen.

Dit zou zeker een versterking betekenen voor de Leuvense Horeca. Waarom deze plannen in een schuif zijn terecht gekomen, weten we niet.

Volgend jaar herdenken wij het einde van de eerste wereldoorlog met o.a. een tentoonstelling over de voor Leuven typische wederopbouwarchitectuur. In een tijd dat vooral art deco en modernisme het architecturale schoon weer maakten greep Leuven terug naar een ‘historiserende’ bouwstijl. Volgens sommigen een spijtig anachronisme. 

In die zin is de stadsschouwburg met zijn vele art deco-elementen bijzonder.
We vragen dat men onderzoekt hoe de schouwburg (of een specifiek gedeelte ervan, zoals de foyer) ook buiten de voorstellingsmomenten een functie kan krijgen. Zodanig dat de schouwburg, omwille van zijn artistieke belevingswaarde,  een open huis wordt waar Leuvenaar en toerist kunnen van genieten.

Tijdens de tentoonstelling over wederopbouwarchitectuur wordt er best ook aandacht geschonken aan de toen heersende architectonische stromingen.